Tekst: Olivier De Moor & Patrick Van Overschelde
Melodie: t Vliegerke
Wij zijn bij Moeder Malheur en we drinken gèren bier.
Overdag den blok en s avonds laat weer op de zwier.
Sportatleten zijn wij niet, maar dat kan toch geen kwaad.
Cantussen dat kunnen wij, een chance dat dat bestaat...
Wij zijn bij Moeder, Moeder Malheur.
Elken dag drinken, das gene sleur.
Geeft ons ne codex en een vat bier.
En we maken ambiance tot een uur of vier.
Tekst: Eugeen De Ridder
Melodie: Armand Preudhomme
|
Te Gent, de oude stede, daar lag het Gravensteen.
Sinds eeuwen al vergeten, verlaten en alleen.
Tot plots studentenkeerlen, belust op leute en lach
Met list de burcht verovren, zo zonder stoot of slag.
Spuiters van Vlaanderen, Gent brult van pret:
t Gravenkasteel door studenten bezet!
Ze zitten erbinnen! Wie krijgt zeruit?
Ze vrezen noch knuppel, noch water, noch spuit!
Belegeraars! Zo ge ten aanval wilt gaan:
Pas op! Pas op! Pas op!
Uilenspiegel, Uilenspiegel, voert hen aan!
t Pandoerenheir, zeeghaftig, rolt ladders bij de muur.
En neemt met waterlansen, de ruïne onder vuur.
Maar appels als granaten, ontploffen op de grond.
En t slijmerig schroot zaait pletsend, verwarring in het rond.
Spuiters van Vlaanderen, Gent brult van pret:
t Gravenkasteel door studenten bezet!
Ze zitten erbinnen! Wie krijgt zeruit?
Ze vrezen noch knuppel, noch water, noch spuit!
Belegeraars! Zo ge ten aanval wilt gaan:
Pas op! Pas op! Pas op!
Uilenspiegel, Uilenspiegel, voert hen aan!
t Studentengild verbeten, bedekt met stof en as.
Verschoot zijn laatste appel, zijn laatste zode gras.
Toen was de strijd gestreden, maar door de eeuwen heen.
Zal Vlaandrens lach herdeken, De Slag om t Gravensteen!
Spuiters van Vlaanderen, Gent brult van pret:
t Gravenkasteel door studenten bezet!
Ze zitten erbinnen! Wie krijgt zeruit?
Ze vrezen noch knuppel, noch water, noch spuit!
Belegeraars! Zo ge ten aanval wilt gaan:
Pas op! Pas op! Pas op!
Uilenspiegel, Uilenspiegel, voert hen aan!
Gezongen: Strofes één, drie & zes
Melodie: Io Vivat
|
Io vivat! io vivat!
Nostrorum sanitas
Hoc est amoris poculum!
Doloris est antidotum!
Io vivat! io vivat!
Nostrorum sanitas
Dum nihil est in poculo,
Jam repleatur denuo!
Io vivat! io vivat!
Nostrorum sanitas
Nos jungit amicitia,
Et vinum praebet gaudia!
Io vivat! io vivat!
Nostrorum sanitas
Est vita nostra brevior,
Et mors amara longior.
Io vivat! io vivat!
Nostrorum sanitas
Osores nostri pereant!
Amici semper floreant!
Io vivat! io vivat!
Nostrorum sanitas
Jam tota Academia,
Nobiscum amet gaudia.
Gezongen: Strofes één, twee & zeven
Melodie: Gaudeamus Igitur
|
Gaudeamus igitur, juvenes dum sumus; (bis)
Post jucundam juventutem,
Post molestam senectutem,
Nos habebit humus. (bis)
Ubi sunt qui ante nos in mundo fuere, (bis)
Vadite ad superos,
Transite ad inferos,
Ubi jam fuere. (bis)
Vita nostra brevis est, brevi finietur; (bis)
Venit mors velociter,
Rapit nos atrociter,
Nemini parcetur. (bis)
Vivat Academia, vivant professores, (bis)
Vivat membrum quodlibet,
Vivant membra quaelibet,
Semper sint in flore! (bis)
Vivant omnes virgines, graciles, formosae! (bis)
Vivant et mulieres,
Tenerae, amabiles,
bonae, laboriosae! (bis)
Vivat et respublica et qui illam regit! (bis)
Vivat nostra civitas,
Maecenatum caritas,
Quae nos hic protegit! (bis)
Pereat tristitia, pereant osores, (bis)
Pereat diabolus,
Quivis antiburchius
Atque irrisores! (bis)
Met dank aan: Hans Beck & Dieter Müller
Melodie: t Vliegerke
Wir sind bei Mutti Malheur und wir trinker gern das Bier.
Übertag den Bloch und Abends spät wierder auf den Schwier.
Sportaslesen sind wir nicht, aber das ist gar nicht Schade.
Cantussen das können wir, ein Glüch das das besteht...
Wir sind bei Mutti, Mutti Malheur.
Jeten Tag trinken, ist keine Sleur.
Gibt uns ein Codex, und ein Fass Bier.
Und wir machen viele Spas, bis ein Uhr oder Vier.
Met dank aan: Clode Sinatra & Frank François
Melodie: t Vliegerke
Nous sommes chez Mère Maltemps et nous buvons guerre la bière.
En le la jourée la cube et dans les noirs la zwère.
Aslèse sporting nous sommes ne pas, mais ça nest pas kaka.
Cantusser nous vous pouvez à le chance que sexister...
Nous sommes chez Mère, Mère Maltemps.
Chaque journée la bière, cest pas de blère.
Donnons nous un codex et une tonne du bière.
Et nous fabriçons atmosphère jusquà une heure ou vière.
Met dank aan: Vladi
Melodie: t Vliegerke
Mwi oe Matjeri Njesjástje, mwi ljoebim piet pieva.
Dnjom mwi oetsjim i vjeetsjerom oechodjim snova.
Mwi ne sportmeni, no eta njee otsjen vaazjna.
Mwi moozjem kantoesavat, eto jeest oedatsjna...
Mwi oe Matjeri, Mat Njesjástje.
Piet kazjdi djeen privitsjka njee.
Daj nam kadjeks i botsjkoe pivaa.
Djelajem atmosferoe do tsjtiri tsjsa.
Tekst: Alexandre Necro Kissiyar
Melodie: Domino
t Is vijf, zes jaar geleden
dat ze is overleden.
Ze heet nu dooie Bo
en dus pak ik haar zo.
Zij kan in haar haren
de wormen goed bewaren.
Haar preut stonk naar azijn,
t zal van t ontsmetten zijn.
Ze zeggen dat ik saai ben,
dat ik wat abnormaal ben.
Dat lijk, mijn libido,
vraag maar aan dooie Bo.
Ze lag al in haar kiste
haar foefke was aan t giste.
Ze rook wat naar Formol
en ik, ik stak haar vol.
Ik heb haar in mn leven
2000 keer doen beven.
Maar daar op dat skelet,
daar vind je nergens tet.
t Was hard om te verduren
die aarde in haar scheure.
Ik wist niet dat bestond,
vijf meter onder de grond.
Ze zeggen dat ik saai ben,
het kerkhof is mn harem.
Want met vel over been,
voel ik me nooit alleen.
En zelfs op haar begrafenis
likte ik haar clitoris.
De familie was geschokt
en ik heb haar gefokt.
Nu gaan we samen reizen
zonder dat ze moet verrijzen.
Weg met die mobile home,
n lijkwagen is mn droom.
Ik bracht haar vaak chrisanten
om boven haar te planten.
Maar bloeien deed het niet,
t kwam door mijn stalagtiet.
En hier, nu ga ik stoppen
net als haar hard met kloppen.
Mijn clubnaam is Necro,
Necro of zo...
Tekst: De Dikke Lul Band
Melodie: Schapen neuken
Dit is mijn lied. Het lied van Arjen de herdersjongen.
Opgegroeid tussen de schapen op de heide.
Elk woord wat ik zing berust op waarheid.
Als het heel mooi weer is, trek ik het weiland in.
Ik fluit een vrolijk wijsje en ben heel blij van zin.
De schapen in het weiland kijken me lachend aan.
Ik voel onder mijn overal, mijn lul die gaat al staan.
Want ik ga schapen neuken, schapen neuken,
Schapen neuken is fijn.
Want ik ga schapen neuken, schapen neuken,
Schapen neuken is fijn.
Ik zoek daar een lief schaapje, ja daar zie ik er een staan.
Ik besluip haar van achter, ik heb mijn laarzen aan.
Dan pak ik beide poten, ik ruik eens aan haar aars.
Die is al lekker nat, ik stop haar poten in mijn laars.
Want ik ga schapen neuken, schapen neuken,
Schapen neuken is fijn.
Want ik ga schapen neuken, schapen neuken,
Schapen neuken is fijn.
Als ik penetreer, dan kijkt het schaapje achterom.
Het mekkert dan lekker, want een schaap dat is niet dom.
Het schaapje lacht tevreden, ik spuit haar helemaal vol.
En s nachts kruip ik tevreden onder de schapenwol.
Want ik ga schapen neuken, schapen neuken,
Schapen neuken is fijn.
Want ik ga schapen neuken, schapen neuken,
Schapen neuken is fijn.
Tekst: Ronnie Killiams
Melodie: Feel
Cmon hold my hand,
I want to detect the non-living.
Not sure I understand,
my sexuality given.
I shit and talk to God
and He just laughs at my pants.
My dick speaks a language,
I dont understand.
I just wanna feel,
no life in the body Im fucking.
Cause Ive got too much sperm,
running through my cock,
for your grave to block.
I just wanna feel,
youre cold and youre dead ever after.
Theres a hole in the ground,
you can see it in my face,
Im a real disgrace.
I dont wanna die,
but I dont fuck the living either.
Before I fall in love,
Im preparing to kill her.
Only killed one bitch today,
thats why I keep on hunting.
Before my balls burst,
I can keep me from cumming.
I just wanna feel,
no life in the body Im fucking.
Cause Ive got too much sperm,
running through my cock,
for your grave to block.
I just wanna feel,
youre cold and youre dead ever after.
Theres a hole in the ground,
you can see it in my face,
Im a real disgrace.
Tekst: Koudewijn De Kloot
Melodie: Malle Babbe
Waar kan je wippen op het strand,
tot dat je vege lijk verbrandt.
Waar kan je graven als een beest,
waar vind je schatten voor elk feest,
Waar kan je zwemmen als een rat,
waar word je zelfs vanbinnen nat.
Das in het noorden van ons land,
das op het kerkhof op het strand.
Waar kan je kruipen op een vrouw,
wat nergens anders mogen zou.
Voor de zintuigen een groot feest,
je handen op haar koude leest.
Waar strip je poker met je vriend,
tot zijn skelet in t zonlicht blinkt.
Das in het noorden van ons land,
das op het kerkhof in het zand.
Je gaat er op de brommer heen,
en ligt dan plat tot kwart voor één.
Dan ga je kijken naar een vrouw,
die je wel graag ontgraven wou.
Dan krijg je ruzie met haar man,
die heel toevallig boksen kan.
En met je tanden in de hand,
strompel je verder over t strand.
Dan ga je even naar de kroeg,
en bent aangeschoten genoeg.
Dan loop je met de vrienden graag,
een eindje langs de boulevard.
Dan komt er iemand op t idee,
om te gaan zwemmen in de zee.
En met een dodenstoet en al,
trekt gans de gang weer over t zand.
Maar s middags om een uur of vier,
dan komt het toppunt van vertier.
Dan komt een vriend die auto rijdt,
eens kijken voor de aardigheid.
Dan ga je met hem even mee,
een eindje rijden langs de zee.
Hij rijdt wel honderd met één hand,
Firmin waar zit toch je verstand.
Dan scheur je zingend langs de straat,
en vind dat alles prachtig gaat.
Elke nekwervel uit de kom,
want je kijkt naar alle meisjes om.
En vaders auto wordt vermoord,
vakkundig in een boom geboord.
Dan sta je morgen in de krant,
en word beroemd op heel het strand.
En s avonds op het kille strand,
dan is er weer iets aan de hand.
Dan komt er een geweldig feest,
zoals er nooit één is geweest.
Dan worden kisten opgestookt,
waarop men dan melaatsen rookt.
En met een koevoet in de hand,
trekt gans de groep weer over t strand.
De één die komt met flessen wijn,
die smaakt verdacht veel naar azijn.
De tweede komt met zn vriendin,
die pikt de Necro dan weer in.
De derde brengt een zakje friet,
al had Marginus liever weed.
Maar hier groeit geen enkele plant,
op dit desolate strand.
Je danst en vrijt de hele tijd,
terwijl je in een dooie bijt.
Je giet Malheurbier in je kop,
want anders dronk Uzette het op.
Maar van die lading alcohol,
geraak je spoedig overvol.
Dan loopt de toestand uit de hand,
en blijf je liggen op het strand.
De zedenpolitie arriveert,
voor je weer lopen hebt geleerd.
Zodat je kruipende ontvlucht,
achter een zuil milleniumlucht.
Dat wordt dan een immense rel,
die eindigt meestal in de cel.
En ben je daar aanbeland,
dan is t weer rustig op het strand.
Maar s morgens lig je weer in t zand,
tot dat je vege lijk verbrandt.
Dan ga je graven als een beest,
En vind je schatjes voor elk feest.
k Denk da k nu wel mag stoppen,
t is hier wel al goe geweest.